Psychomotorische therapie

“Ik hoor alleen maar wat ik niet goed doe”. “Stop, hou op.” Alleen ik kan niet meteen stoppen als mijn hoofd anders wil en mijn handen anders doen”.

Tijdens psychomotorische therapie wordt gewerkt met ontspannings- en ademhalingsoefeningen, veranderen van lichaamshouding en energie- en evenwichtsoefeningen. In de manier waarop kinderen bewegen, geven zij uiting aan stemmingen, gevoelens, gedachten, wensen en ook hun “zijn”. Ook kinderen zijn er goed in een bepaald beeld of symbool op te roepen voor de interne beleving. Naast individuele therapie is ook groepsbehandeling en psychomotorische therapie met ouder en kind mogelijk. Soms wordt eerst met individuele therapie gestart om vervolgens in groepsverband te werken aan bijvoorbeeld het versterken van sociale emotionele vaardigheden, zoals bijvoorbeeld met de psychofysieke Rots en Watertrainingen.

Psychomotorische therapie kan ingezet worden bij hechtingsproblematieken, gedragsstoornissen en het vergroten van het zelfbeeld en zelfvertrouwen.

Voorbeeldcasus:
Door een gedragsstoornis kan Jesse zichzelf niet goed concentreren. Tijdens de therapie, oefent hij vaardigheden die hij dagelijks nodig heeft. Het “Jesse-kwartiertje” maakt dat hij gemotiveerd is én met aandacht en focus de oefeningen uitvoert. Hij wordt daardoor helemaal enthousiast en leert hij zijn eigen grenzen kennen. Zijn zelfvertrouwen groeit en dat is essentieel voor zijn persoonlijke ontwikkeling.